print dit artikel

Een jurist met ‘vuile handen’ (5)

donderdag 1 april 2021 - Gepost in Erfrecht, Publicaties (alle) - door Isabelle Flipse & Vincent Muller

Deze column verscheen ook in het
magazine Leven in Frankrijk, 2021/3 (mei/juni)

In de voorgaande episodes over deze enorm gecompliceerde Franse erfenis voerde ik u onder meer langs:

  • de nooit geformaliseerde splitsing van een in 1985 gezamenlijk aangekocht perceel; de bron van alle problemen;
  • de avonturen rond het opnieuw in kaart brengen van de perceelgrenzen;
  • het probleem dat er gaandeweg steeds meer belanghebbenden betrokken raken.

Het dossier loopt inmiddels ruim een jaar maar we moeten dóór. Dat de waarde van ‘ons perceel’ in de miljoenen loopt maakt gelukkig iets goed.

Met een mix van tegen- en realiteitszin accepteert de vruchtgebruikster dat zij voorlopig weer voor de kosten zal moeten opdraaien. Hoewel tussen haar en mijn cliënten, de bloot-eigenaars, bepaald geen warme band bestaat beseffen allen dat het goed afronden van de zaak in ieders belang is.

Nog één poging tot eenvoud…

Voordat we notaris en landmeter vragen de splitsing te formaliseren, ondernemen we nog eenmaal een poging om de situatie eenvoudiger te maken. Het overnemen van ‘aandeel B’ door mijn cliënten zal daaraan bijdragen. Het verlost B van een probleem (zie episode 4) en is zeker interessant voor mijn cliënten. ‘Perceel B’ vormt nu immers een enclave en die zal na splitsing bereikbaar moeten zijn vanaf de openbare weg. Alleen het mooie perceel van mijn cliënten biedt mogelijkheid voor de aanleg van een voldoende breed pad.

Geen fijn vooruitzicht, temeer omdat perceel B voor een derde sowieso niet interessant is. Het biedt geen uitzicht en is maar matig bebouwbaar. Wie zich een villa aan de Côte kan permitteren zal zeker niet deze kavel kiezen. Een kind kan dus zien dat ook de B’s belang hebben bij een redelijke deal, en wij beseffen dat buurmans erf maar eens te koop komt. Het begrip redelijk blijkt echter rekbaar, want na lang aarzelen noemt B een prijs die onderhandelen eigenlijk bij voorbaat zinloos maakt.

…maar weer wordt het ingewikkelder

De achtergrond van de exorbitante vraagprijs wordt na wat juridisch graafwerk duidelijk. Na afwikkeling van zijn faillissement ging Meneer B een nieuw zakelijk avontuur aan. Hij leende daartoe een aanzienlijk bedrag bij zijn nieuwe zakenpartner, die daar natuurlijk wel zekerheid voor verlangde. Daartoe liet B hypotheek vestigen op ‘zijn’ Franse perceel, zo hoog als het geleende bedrag. Onmogelijk denkt u? Hoe kun je hypotheek laten vestigen zonder medewerking van de mede-eigenaars (noch van de ex-echtgenote)? En toch is het gebeurd; de hypotheek staat in het Franse hypothekenregister en blokkeert de verkoop van het aandeel B aan mijn cliënten.

Procederen voor een pyrrusoverwining?

Het aanspannen van een rechtszaak zou voor de hand liggen. Maar al zou de hypotheek na een kostbare procedure zou worden vernietigd, dan nog is B niet van zijn schuld verlost. De schuldeiser zal zijn vordering dan zeker opeisen en met een tweede faillissement is ons belang evenmin gediend.
Geheel los hiervan: de schuldeiser heeft met de huidige hypothecaire ‘zekerheid’ feitelijk ook niets in handen. De hypotheek mag dan zonder medeweten van de mede-eigenaars zijn gevestigd, maar een eventuele executoriale verkoop zal onmogelijk blijken. Het grote perceel is immers nog niet verdeeld, gesplitst, zodat formeel niet vast te stellen is welk gedeelte eigendom is van B (en zijn ex!).

We besluiten ons niet langer bezig te houden met zaken waarop we geen invloed hebben en rollen de mouwen op voor de volgende uitdagingen. Want die komen eraan!..

Deze column verscheen ook in het
magazine Leven in Frankrijk, 2021/3